Learning to Grow – Vakprofielen

Fantasie is belangrijker dan kennis – Albert Einstein

Learning to Grow – Vakprofielen - Fantasie is belangrijker dan kennis – Albert Einstein

Functie of Vak? (deel 3)

In Deel 2 hebben we kunnen lezen hoe de medewerkers gekoppeld werden aan de beschikbare Vakprofielen. Nu 90% van de medewerkers een Vakprofiel had, kon de eerste kennis-inventarisatie beginnen. In schema’s is vastgelegd wat het gewenste niveau zou moeten (blauw) zijn en wat het werkelijke niveau (rood) is. Deze verschillenanalyse heeft geleidt tot brede opleidingstrajecten om per rolgroep het juiste niveau te bereiken.

Andersom werden alle opleidingen gekoppeld aan competenties uit de Vakprofielen en zo ontstond er een goed beeld van de kennisontwikkeling gerelateerd aan de opleidingen die gepland waren en gevolgd werden.

Nieuw project = Nieuwe kennis

Een van de grote voordelen van dit systeem is ook dat het snel duidelijk wordt welke disciplines te maken gaan krijgen met een nieuw project/product. Door een “HR chapter” toe te voegen aan het projectplan, kan duidelijk worden gemaakt welke impact een gepland traject heeft op de gewenste kennisontwikkeling. Cross-references met de competenties uit de Vakprofielen leveren daarmee een groep van rollen die te maken gaan krijgen met de verandering. Geplande veranderingen worden hiermee meer financieel voorspelbaar en de businesscase kan hiermee danig gewijzigd worden.

Vakgroepen

Door het samenvoegen van rollen (op basis van de Vakprofielen) ontstaan vakgroepen. Zo hadden we de Vakgroep Analyse waarin de rollen Informatieanalist, Procesanalist, Businessanalist, Systeemanalist, e.d. vertegenwoordigd waren.

Voor deze vakgroepen hebben we speciale bijeenkomsten georganiseerd met verschillende thema’s rond het vakgebied van analyse. Deze bijeenkomsten waren altijd druk bezocht. De meest gehoorde opmerking was dat er “weer wat gebeurde op hun vakgebied”. Deze vakgroepen hadden nog een tweede taak en dat was het jaarlijks evalueren van wat er gaande was op het vakgebied.

Jaarlijkse doelen

Jaarlijks werden (vertegenwoordigers van) de vakgroepen uitgenodigd om ontwikkelingen in het vakgebied om te zetten in doelen voor de hele vakgroep. Dit vertaalt zich in een strategisch ontwikkelplan op de verschillende vakgebieden. Dit werd samengevoegd met de HR chapters van de verschillende projecten en zo ontstaat het strategische ontwikkelplan.

Functie of Vak? (deel 2)

De eerste Vakprofielen zijn gemaakt waarmee ongeveer 80% – 90% van het IT personeel een Vakprofiel kreeg.

Voordat de invoering plaats kon vinden waren nog uitgebreide gesprekken noodzakelijk met de ondernemingsraden over het doel, nut en noodzaak van de Vakprofielen. Van nut en noodzaak waren de ondernemingsraden snel overtuigd en bleef het doel over. Uiteraard wilde de ondernemingsraden weten wat de plannen met de Vakprofielen waren.

Het doel is het gericht ontwikkelen van medewerkers in de ontwikkelrichting van de organisatie. Met dit uitgangspunt stemde de OR in en kon worden overgegaan tot de koppeling van de Vakprofielen aan de (IT)-medewerkers.

Het toekennen van de Vakprofielen aan de IT-medewerkers was niet zo moeilijk. De profielen waren immers gemaakt met hun werkzaamheden en verantwoordelijkheden in het achterhoofd. Na het koppelen van Vakprofiel aan de functiehouder, was het dus een kwestie van het bepalen van de niveau’s van de verschillende kenniscompetenties.

De niveaus kunnen worden afgeleid van de beschrijvingen die voor ieder niveau bepaald zijn.

Omdat dit een redelijk eenduidig manier is van het meten en toekennen van de gewenste niveaus, was hier doorgaans weinig discussie over. Daar waar het niveau afweek van het gewenste niveau, werd het bijbehorende opleidingsplan geraadpleegd om te zien welke opleiding of welke ervaring gevolgd of opgedaan zou moeten worden om op het gewenste niveau te komen.

Deze opleiding of ervaring wordt opgenomen in het persoonlijk ontwikkelplan (POP) en daarmee is bewaking van de voortgang gewaarborgd.

In deel 3 ga ik in op het strategisch opleidingsplan dat op basis van deze Vakprofielen opgezet kon worden.

Functie of Vak? (deel 1)

In de ICT wereld (en waarschijnlijk ook daarbuiten) is het een bekend fenomeen. Zoek een programmeur en je komt een wereld aan verschillende benamingen voor dezelfde functie tegen, variërend van Systems Programmer tot Systems Application Manager (iedereen is manager tegenwoordig).

Op zich is dat nog niet zo’n probleem, tot het moment dat je als grotere organisatie een projectgroep wilt gaan samenstellen en je de basisfuncties in je project wilt betrekken. Het probleem wordt nog groter als je dat over verschillende bedrijfsonderdelen of zelf bedrijven wilt realiseren. Het bij elkaar zoeken van de juiste mensen op basis van functiebenaming wordt dan onderhand een hachelijke opdracht.

De praktijk en het probleem

Dit probleem ondervond een grote financiële instelling die over de bedrijfsonderdelen heen, haar projecten wilde bemensen. Het doel: het opzetten van een intern softwarehuis met ruim 1500 man, van waaruit de verschillende projecten hun functionarissen kunnen kiezen.

Dit is de basis van waaruit Vakprofielen opgezet zijn.

De opdracht

Creëer een eenduidige profielopzet waarmee functionarissen uit meerdere bedrijfsonderdelen met elkaar vergelijkbaar worden.

In eerste instantie zijn we op zoek gegaan naar de verschillende functies die er binnen de organisatie aanwezig waren. We troffen hier honderden verschillende benamingen aan met allemaal subtiele verschillen in de functieomschrijvingen. Daarnaast werden de verschillende functionarissen ook nog op verschillende niveaus ingeschaald. Het leek er bijna op dat iedere functionaris zijn eigen functieomschrijving had. Dit was niet de weg om te volgen.

Terug naar de kern

Dan maar terug naar de kern van een functie. Een programmeur moet kunnen programmeren, daar waren we het allemaal over eens. Een programmeur moet kennis hebben van het doelplatform waarvoor hij/zij haar programma’s maakt. Een programmeur moet kennis hebben van de databases waarmee gewerkt wordt… en zo zijn er verschillende kerngebieden aan te wijzen die behoren tot de kern van de functie van een programmeur.

Deze opzet kan overigens ook worden opgezet voor een metselaar die in de bouw werkt. De metselaar moet kunnen metselen, voegen, specie aanmaken, meten, etc.. Maar voor een metselaar zijn niet zoveel benamingen als voor een functionaris uit de ICT wereld.

Terug naar de programmeur. We begonnen dus met het inventariseren van de verschillende programmeertalen, databases, doelplatformen waarop we de programmeurs zouden kunnen indelen. Iedereen die in de automatisering werkzaam is weet dat hier een enorm grote lijst gaat ontstaan. De totale lijst met programmeertalen wordt eigenlijk te omvangrijk om er iets zinnigs mee te kunnen doen.

Deze weg bleek ook niet het gewenste resultaat op te leveren, maar we zaten wel in de goede richting. Bij het inventariseren van de kennis die de functionarissen nodig hebben, gingen we op zoek naar de kennisgroepen die we konden onderscheiden en daar zit de kern van het Vakprofiel.

Het Vakprofiel

We hadden nu een set aan kennisgroepen waaraan een programmeur moest voldoen. We konden nu hun kennis onderbrengen in de kennisgroep “Kennis van programmeertalen”. Hiermee konden we in ieder geval alle programmeur-achtige functies vergelijken.

In onze zoektocht kwamen we in aanraking met de uitwerking van een studie uitgevoerd door vooraanstaande bedrijven, organisaties en instellingen waarin deze kennisgroepen uiteen gezet zijn; “het Frameworks”. Het Frameworks beschrijft alle kennisgebieden die binnen de automatisering aanwezig zijn en geeft per kennisgebied een 4-tal niveaus aan van deze kennis.

Nu hadden we de bouwstenen in de hand waarmee alle ICT functies opgebouwd konden worden!

Aan de slag

Gewapend met dit Frameworks en de kennis van de organisatie konden we onze eerste Vakprofielen opstellen. We begonnen met het samenstellen van de directe Vakkennis die onze ICT’ers moesten hebben om het vak van programmeur uit te kunnen voeren.

Per kennisgebied werd het gewenste niveau aangegeven.

Niveau 1: basiskennis en functionaris kan dit onder begeleiding toepassen
Niveau 2: Functionaris kan dit zelfstandig toepassen
Niveau 3: Functionaris heeft kennis van meerdere programmeertalen (in dit geval)
Niveau 4: Functionaris kan brede kennis ook uitdragen en anderen begeleiden.

Hiermee ontstonden dus allerlei profielen, met beschrijvingen variërend van junior tot senior automatiseringspersoneel.

Na het omschrijven van de Vakkennis, begonnen we met het omschrijven van de Businesskennis. Kunnen programmeren is één ding, maar als de organisatie projectmatig werkt, zul je ook kennis moeten hebben van de projectmanagement methodiek. Onder de kop Businesskennis werden dus de indirecte kennisgebieden gegroepeerd.

Een derde kennisgebied wat we vervolgens beschreven heeft te maken met de kennis van de branche waarin de organisatie opereert. In dit geval werd de Branchekennisgetypeerd als kennis van hypotheeksystemen, kennis van pensioenen, etc.

Met deze 3 kennisgebieden hadden we de noodzakelijk kennis voor de verschillende functionarissen getypeerd. Met het toevoegen van Gedrag en Vaardighedencompleteerden we het geheel en het Vakprofiel was compleet.

Invoeren van het Vakprofiel

Nu de Vakprofielen beschreven waren, konden de verschillende functionarissen gekoppeld worden aan een Vakprofiel.

In Deel 2 ga ik in op de invoering van Vakprofielen in de organisatie en de mogelijkheden die dat met zich mee brengt.

Fernando Estarippa

14 HR-voorspellingen 2012

14 HR-voorspellingen 2012.

Zo tegen het einde van het jaar worden vaak voorspellingen gedaan voor het aankomende jaar.

John Hollon heeft de voorspellingen van adviesorganisatie Bersin & Associates op een rijtje gezet. De voorspellingen van Bersin voor 2011 zijn vrij accuraat gebleken, aldus Hollon.

De 14 voorspellingen van Bersin voor 2012:

1. Een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zorgt voor een hernieuwde focus op het aantrekken van (top)talent. Ondanks een (wereldwijd) groeiende werkloosheid hebben veel organisaties moeite (alle) vacatures te vervullen met medewerkers met de juiste kennis en vaardigheden.

2. Het HR-team van grotere organisaties gaat “globally local (Glocal)”. Door het voorgaande punt gedwongen, ontwikkelen organisaties een wereldwijde strategie voor het aantrekken van talent. Lokale HR- en managementteams krijgen de tools en best practices om lokaal te handelen. Dit is een nieuw model voor veel organisaties.

3. Recruitment en talentmanagement gaan veel meer samenwerken. Beide disciplines moeten ervoor zorgen dat posities binnen de organisatie vervuld worden door de juiste mensen.

4. Recruitment gaat (nog meer) gebruik maken van sociale media, waardoor vacaturebanken en W&S-bureaus minder belangrijk worden.

5. De betrokkenheid van medewerkers is een kernissue in 2012. Organisaties moeten betrokkenheid van medewerkers monitoren en bevorderen, bijvoorbeeld door het ontwerpen van specifieke ontwikkelprogramma’s voor groepen medewerkers.

6. Training en opleiding transformeert. Trainingen die door en binnen de eigen organisatie verzorgd worden veranderen fundamenteel. Centrale opleidingsprogramma worden vervangen door programma’s waarin is nagedacht over een mix van formeel en informeel leren en de integratie van sociale tools en expertisenetwerken.

7. Performance management wordt flexibeler. Beoordelingsmanagement blijft voor veel organisaties een punt van frustratie. In 2012 wordt beoordelingsmanagement flexibeler, met nadruk op flexibele doelstellingen en coaching gericht op het verbeteren van het functioneren.

8. Mobiliteit van talenten wordt overal doorgevoerd. Organisaties moeten een dynamisch proces ontwerpen voor het rouleren van medewerkers binnen de organisatie. Dit is goed voor carrières van medewerkers en voor de betrokkenheid. Verloop van getrainde medewerkers wordt beperkt. Een talent-mobiliteitsstrategie zorgt ervoor dat organisaties flexibeler worden en zich makkelijker kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden.

9. Meer aandacht voor loopbaanontwikkeling. Het vorige punt leidt automatisch tot meer aandacht voor de loopbaanontwikkeling van medewerkers. Organisaties die op juiste wijze met hun medewerkers omgaan en meedenken hoe medewerkers zich het beste kunnen ontwikkelen, presteren veel beter dan organisaties die dat niet doen.

10. Alles sociaal. Sociaal zal impact hebben op beloningen, opleiding & ontwikkeling, performance management en recruitment.

11. Nieuwe modellen, diversiteit en “girl power” zijn de uitgangspunten van nieuw leiderschap. Organisaties moeten in 2012 gaan nadenken over hoe ze, in een snel veranderende wereld, hun leiderschap vorm willen geven. Deze leiderschapsmodellen moeten aansluiten bij de samenstelling van het personeelsbestand.

12. Veranderingen in de markt voor Talentmanagement-software. Deze markt zal blijven groeien, maar zal opgeschud worden door marktleiders en slimme start-ups.

13. Data gaat het succes van de organisatie bepalen. Het gebruik van data voor segmentatie van doelgroepen en het nemen van HR-beslissingen gaat een grote vlucht nemen. Steeds meer organisaties zullen een (gespecialiseerde) HR-professional aanwijzen voor het analyseren van data en het doorvertalen van die data naar concrete HR-acties.

14. Succesvolle organisaties investeren in de kennis en vaardigheden van het HR-team. Er zijn zoveel nieuwe benaderingen, tools en oplossingen waarvan HR-professionals kennis van moeten nemen. Zij moeten dus terug in de schoolbanken, zodat zij vervolgens een modern, eigentijds HR-beleid vorm kunnen geven.

Deze 14 voorspellingen, inclusief toelichting, kun je vinden op het blog TLNT.

Ontwikkelafspraken effectiever dan competenties

Organisaties leggen bij de begeleiding en beoordeling van werknemers vaak de nadruk op verbetering van benodigde competenties voor de functie. Een benadering die de nadruk legt op de talenten van de medewerker is effectiever.Waar ligt de kracht van de medewerker nu en in de toekomst? Dat zou volgens Lisette Bultema van Talentonwikkelingsbureau Ladder 9 de centrale vraag moeten zijn die leidinggevenden stellen.

Competentiemanagement gaat vaak uit van het ontwikkelen van zwakke punten om organisatiedoelstellingen te realiseren. De medewerker ervaart dit als ‘opgelegd’ waardoor de betrokkenheid nogal eens te wensen overlaat. Competentiemanagement wordt dan een eenzijdige exercitie, een ‘verplicht nummer.’

Talentmanagement

Een goede insteek zou zijn om de talenten van de medewerker als uitgangspunt te nemen voor het stellen van doelen voor volgend jaar. Talentmanagement gaat uit van gedrag, persoonlijke waarden in combinatie met de functie. Door te praten over werkdoelen en ambities in plaats van competenties ontstaat een heel andere focus in het jaargesprek.

Ontwikkelafspraken zouden veel effectiever zijn vanwege de kracht van het voornemen: als je echt wilt investeren in iets, grijp je alle kansen die je daarvoor krijgt. De medewerker ervaart meer grip op de eigen ontwikkeling te hebben, wat goed is voor de betrokkenheid en motivatie. Laat medewerkers meedenken over oplossingen voor knelpunten, bijvoorbeeld het takenpakket anders inrichten, werkwijzen aanpassen of taakroulatie met collega’s die overeenkomt met ieders sterke punten.

80-20-regel

Bultema vindt dat organisaties de 80-20-regel verkeerd om toepassen. Volgens haar zou er 20% aandacht moeten zijn voor wat niet goed gaat en 80% voor sterke punten. Hulpvragen bij oriëntatie op de toekomst (talentmanagement):

  • Welke sterke kant van jou kunnen anderen meer benutten?
  • Wat zie je jezelf doen in de toekomst, waarvoor zich nog geen kans heeft voorgedaan?
  • Welke ontwikkelingsstap zou je willen zetten?
  • Waar word je nu veel voor gevraagd wat niet meer bij je past of wat je liever niet meer wilt?
  • Welke ondersteuning heb je nodig om je kwaliteiten te versterken?
  • Welke kwaliteiten wil je meer gaan aanspreken en inzetten?
  • Op welk van jouw talenten ga je een beroep doen om de afgesproken resultaten te behalen?
  • Wat zou het effect zijn als je een talent van jezelf nog meer zou gaan aanspreken en inzetten?

[ Bron: Kluwermanagement.nl/HR Rendement ]

Het verschil tussen de Vakman en de Professional

Het verschil tussen een vakman en een professional is dat een vakman zijn vak goed verstaat en dat een professional dit ook nog goed kan toepassen in uw organisatie. Een professional heeft dezelfde vakkennis als de vakman, maar daarnaast nog een scala aan kennis en ervaring dat het hem of haar mogelijk maakt deze toe te passen in alle voorkomende bedrijfsomgevingen.
Neem een metselaar. Van een vakman verwacht u dat de opdracht goed wordt uitgevoerd, dat de stenen “muurvast” zitten en dat de voegen uitstekend en netjes afgewerkt zijn.

Van de professional verwacht u hetzelfde, maar ook dat deze in staat is om uw wensen goed te verwoorden en te vertalen in een goede offerte. U verwacht garantie en de professional zal ook zichtbaar de veiligheidsvoorschriften en kwaliteitsnormen in acht nemen.

Het verschil tussen de vakman en de professional ligt dus niet zo zeer in het directe vakmanschap, maar in de manier waarop het werk wordt verricht.

Voor de IT’er is dat niet anders. Natuurlijk moet uw programmeur geniale programma’s kunnen maken, maar wat heeft u daaraan als de documentatie ontbreekt of zo slecht is dat niemand anders deze programmatuur kan onderhouden? Wat heeft u aan een systeemanalist die een functioneel ontwerp maakt dat bij de programmeur meer vragen dan antwoorden oproept of een applicatie ontwerpt dat niet voldoet aan de klantwensen? En wat te denken van een beheerder die tijdens de piektijden besluit onderhoud op uw systemen te gaan uitvoeren of die bij een update niet zorgt voor een fall-back scenario?

Dit zijn slechts enkele zaken waarom bedrijven besluiten om te standaardiseren en hun IT processen te gaan beschrijven. Waar vaak aan voorbij gegaan wordt, is dat ook de verwachtte kennis van de medewerkers in kaart moet worden gebracht en dat deze kenniscompetenties dus verder moeten gaan dan de directe vakkennis.
Hier bewijst het Vakprofiel zijn nut. Met een Vakprofiel omschrijft u niet alleen de directe vakkennis van uw medewerkers maar ook de business en branchekennis die nodig is om de functie goed uit te kunnen voeren.

Kwaliteitskosten

Natuurlijk kost het geld om uw organisatie in te richten volgens een kwaliteitsysteem, maar de vraag die u zich eigenlijk moet stellen is: “Wat kost het me als ik NIET volgens een kwaliteitsysteem werk?”

Er zijn meerdere redenen om uw organisatie aan te pakken, zoals hierboven vermeld, en in alle gevallen zult u de organisatie van 1 of meer onderdelen aan de kaak stellen en wellicht (deels) opnieuw inrichten. Kwaliteitsystemen of Groeimodellen doen dat ook, maar hebben in hun uitwerking de kennis en ervaring van andere organisaties opgenomen. U kunt natuurlijk zelf het wiel opnieuw uitvinden en aan de slag gaan met procesverbetering, maar waarom zou u geen gebruik maken van de kennis en ervaring van anderen. Om diezelfde reden schakelt u ten slotte ook bijvoorbeeld een accountant in om u te helpen.

Om een inzicht te krijgen in de kosten die u op dit moment al maakt voor “kwaliteit” gaan we uit van de volgende definitie van kwaliteit.

Onder kwaliteitskosten verstaan we alle kosten die we maken om te voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen en de kosten die ontstaan als we niet aan de kwaliteitseisen voldoen!

Kwaliteitskosten worden in 3 soorten onderscheiden.

Faalkosten

Kosten naar aanleiding van gemaakte fouten. Dit kan verlies van materiaal (afval) en arbeidstijd zijn, maar ook kosten voor uitval, reparatie, productieverlies, vervolgschade, renteschade, verlies van klanten, imagoschade en meer. Meestal wordt hier een onderverdeling gemaakt in interne en externe faalkosten. Interne faalkosten vinden plaats voordat het product of dienst aan de klant is geleverd. Externe faalkosten zijn kosten die optreden als de fout bij de klant wordt geconstateerd.

Beoordelingskosten

Dit zijn kosten die worden gemaakt om te tijdens of na het productieproces de half- en eindproducten te beoordelen. Veelal gaat het hier om arbeidsuren. Doel is natuurlijk om het aantal fouten te minimaliseren.

Preventiekosten

Dit zijn kosten die worden gemaakt om te voorkomen dat er faalkosten optreden. Hieronder vallen kosten voor standaardiseren, opleiden en trainen van personeel, betere machines, procedures, etc. Het doel is om de beoordelingskosten te verminderen en de faalkosten te minimaliseren

Totale kwaliteitskosten

De som van deze kosten vormen de totale kosten van Kwaliteit. Faalkosten nemen af door beoordelingskosten en preventiekosten. Grafisch gezien ontstaat hierdoor een grafiek met het optimum aan kwaliteitskosten (het laagste punt in de grafiek van totale kosten). Organisatie die aan de linkerkant van dit optimale punt zitten, kunnen geld verdienen met het invoeren van kwaliteitsystem en. Organisaties die aan de rechterkant van het optimale punt zitten, hebben hiervoor gekozen of zijn over-georganiseerd.

Optimale kwaliteitskosten

Mathematisch gezien is de knik in de totale kwaliteitskosten dus het goedkoopste punt om op uit te komen. Dit punt wordt bereikt door de faalkosten sterk te laten afnemen en de preventiekosten binnen de perken te houden. Het is doorgaans lastig om te bepalen waar je organisatie zich bevindt, maar in z’n algemeenheid kun je stellen dar als er weinig aan de faalpreventie wordt gedaan, de totale kwaliteitskosten hoger zijn dan noodzakelijk. Daar valt dan dus altijd op te verdienen.

Individueel ontwikkel- en opleidingsadvies

Individueel Ontwikkeladvies

Uw personeel is uw kapitaal en als IT bedrijf wilt u het beste uit uw mensen halen. Uw medewerkers moeten hiervoor goed opgeleid en getraind zijn en een goed opleidingsadvies is waardevol. Wellicht heeft uw organisatie nog niet de omvang om een eigen HRM afdeling te hebben die u hierbij kan helpen of heeft uw HRM afdeling onvoldoende kennis van IT specifieke zaken.
Ik kan u helpen door u van een individueel of groepsgewijs ontwikkeladvies te voorzien. Na een inventariserend gesprek, wordt een rolmodel of Vakprofiel voor uw medewerker opgesteld, dat aansluit bij uw organisatieambitie en de gewenste rol van de medewerker(s). Op basis van een “gap analyse” brengen we de gewenste ontwikkeling van uw medewerker in kaart en voorzien dit van een individueel ontwikkel- en opleidingsadvies.

Het Individueel ontwikkeladvies kan worden ingezet om uw medewerkers voor te bereiden voor een nieuwe functie binnen of buiten uw organisatie.

Het Vakprofiel gaat verder..

Het Vakprofiel gaat verder dan een functieomschrijving. De focus van een Vakprofiel ligt op de kennis die nodig is om de functie of rol goed uit te kunnen voeren. De basis van deze competenties is beschreven in het Frameworks .

De kenniscompetenties uit het Frameworks zijn ingedeeld naar de in de automatisering veel gebruikte taak en rolverdeling . De Vakprofielen® worden samengesteld op basis van onderstaand competentiemodel. Per kennisgroep (Vakkennis, Businesskennis, Branchekennis en Gedrag & Vaardigheden) benoemen we 3 tot 8 kenniscompetenties.
Symion beschikt over een groot aantal standaard profielen van de meest voorkomende rollen in de automatisering. Mocht uw rol hiervan afwijken, dan kunnen we op eenvoudige wijze met de standaard competenties uw rol vorm geven.

Stappenplan

Hieronder worden de stappen beschreven die we uitvoeren om tot het Ontwikkel- en Opleidingsadvies te komen.

1.       Intake

In een kort gesprek bespreken we de gewenste ontwikkelrichting of plannen van de organisatie en de betreffende medewerker(s). U ontvangt een terugkoppeling van de bevindingen, voorzien van een globale beschrijving van de gewenste ontwikkeling.

2.       Gesprek persoonlijke doelen

Aansluitend op het gesprek met u gaan we in gesprek met de medewerker. Daar worden persoonlijke doelen en functioneren besproken. Hiervan ontvangt u ook een terugkoppeling.

3.       Norm voor rol opzetten

Op basis van deze gesprekken wordt een norm (Vakprofiel) opgesteld met de juiste competenties en bijbehorende niveaus. Dit vakprofiel (met korte uitleg) wordt aan u voorgelegd ter goedkeuring. Dit profiel kan volledig op maat geschreven zijn, maar hierbij kan ook geput worden uit een groot aantal standaard profielen die de meest voorkomende rollen in de automatisering beschrijven.

4.       Gap analyse

In een gesprek met de medewerker wordt het huidige kennis- en ervaringsniveau afgezet tegen de in het Vakprofiel gestelde norm.

5.       Individueel Ontwikkeladvies

Op basis van de “gap” wordt de ontwikkeling per competentie(groep) vastgesteld. De ontwikkeling bevat (eventueel) een opleidingsadvies en een ervaringsadvies. Terugkoppeling aan u en uw medewerker.

Fixed Price

We bieden deze dienst aan voor een fixed price zodat u vooraf weet waar u aan toe bent. Hiervoor krijgt u een op maat gesneden ontwikkeladvies voor uw medewerker. Bij meerdere ontwikkeladviezen gelden andere tarieven.

Vakprofielen in uw organisatie?

Wilt u zelf Vakprofielen gaan gebruiken in uw organisatie, dan is het natuurlijk mogelijk om Vakprofielen een vast onderdeel te laten worden van uw HR cyclus, zodat uw hele organisatie hiervan kan profiteren. Hierover informeren we u graag.

Hier kunt u de productbrochure downloaden

Symion Individueel Opleidingsadvies

Ontwikkelen van medewerkers? Maak ook gebruik van je eigen ervaren mensen!

Veel organisaties vallen terug op Opleidingsinstituten als het gaat om het opleiden van hun medewerkers. Voor het opdoen van nieuwe kennis is dat uiteraard een goede zaak. Als het echter om reeds aanwezige kennis in de organisatie gaat, is het ‘t overwegen waard om eens te kijken naar de kennis en kunde van uw eigen personeel.
Vroeger was het gebruikelijk dat een junior medewerker gekoppeld werd aan een senior medewerker om “de kneepjes van het vak” te leren. Dit meester – gezel model wordt echter te weinig ingezet. Als redenen wordt vaak opgegeven
- mijn senior medewerker heeft het te druk om zich hier mee bezig te houden
of
- mijn senior medewerker is even duur als een externe trainer

Beiden kunnen waar zijn, maar uw senior medewerker heeft wel kennis en ervaring van uw branche, uw product en uw organisatie en zal dus naast de kennis ook de nodige ervaring inbrengen. Hebben uw mensen toch kennis nodig die uw seniors ze niet kunnen geven, dan is het ‘t overwegen waard om een combinatie te maken. Basiskennis extern en gespecialiseerde kennis en ervaring intern.

Gaat het om het trainen van gedrag en vaardigheden? Heeft u een P&O afdeling met afgestudeerde psychologen, dan zijn deze medewerkers wellicht inzetbaar voor trainingen in het bijbrengen van bepaalde vaardigheden. Hierbij snijdt het mes dan aan meerdere kanten; de training wordt op maat gemaakt voor uw organisatie en problemen; uw medewerkers leren de P&O’er beter kennen; uw P&O’er leert de problemen van de “werkvloer” beter kennen.

Wat te denken van de kennis en kunde die uw medewerkers wellicht hebben vanuit de hobbysfeer. Hiervan zal niet iedereen op de hoogte zijn. Toch is het mobliseren van deze kennis heel waardevol. Gevraagde medewerkers zullen veelal met plezier en verve over hun hobby praten en het met veel enthousiasme kunnen overbrengen.

Bij het inzetten van eigen personeel voor deze doelen zult u naast de overdracht van kennis en ervaring nog iets anders zien… meer respect voor elkaar, betere samenwerking en uiteindelijk een verbeterd product en rendement, want dat is waar het u natuurlijk ook om gaat.

De doelen en mogelijkheden verschillen natuurlijk per organisatie, maar per saldo is er veel te halen uit het eigen personeel…. wellicht meer dan u denkt.

Subsidie voor ICT opleidingen? Het Europees Sociaal Fonds heeft nog budget

Het Europees Sociaal Fonds stelt geld te beschikking voor het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van de medewerkers van Europa. hiervoor is een potje gereserveerd waaruit opleidingen kunnen worden gesubsidieerd. Het aanbod van gesubsidieerde opleidingen is breed en onderverdeeld in clusters zoals: Communicatie, gebruikerstraining, middenkader training, project management en technische ICT opleidingen.

Om voor subsidie in aanmerking te komen gelden wel een aantal regels
- een geselecteerde groep aanbieders mag gesubsidieerde opleidingen aanbieden
- de medewerker die de opleiding volgt moet maximaal MBO niveau 4 opgeleid zijn
- de organisatie moet de subsidie zelf aanvragen

Toch is dit eenvoudiger dan u denkt.

Hoe? Neem contact op met Learning to Grow op www.learningtogrow.nl