Learning to Grow – Vakprofielen

Fantasie is belangrijker dan kennis – Albert Einstein

Learning to Grow – Vakprofielen - Fantasie is belangrijker dan kennis – Albert Einstein

Verscheidenheid beter benutten

Organisaties kunnen veel meer bereiken met hun medewerkers dan nu vaak gebeurt. Sleutel tot verbetering is het strategisch inzetten van verscheidenheid.

Dat zei Sjiera de Vries tijdens haar installatie op 16 maart als lector Sociale Innovatie en Verscheidenheid aan de hogeschool Windesheim in Zwolle.

Onbenut laten

Het onbenut laten van competenties gebeurt vooral als we te maken hebben met zogenaamde ‘niet-reguliere competenties’. Dat zijn competenties die:

  1. niet passen bij de functie van de medewerker (een vrachtwagenchauffeur die alle ins en outs van sociale media beheerst);
  2. niet passen bij het beeld dat we hebben van de medewerker (innovatief bij een oudere medewerker);
  3. pas ontplooid kunnen worden als aan specifieke randvoorwaarden is voldaan (de drempels weghalen voor iemand in een rolstoel bijvoorbeeld).

Niet herkend

In deze gevallen worden de specifieke kwaliteiten van mensen regelmatig niet herkend, zegt Sjiera de Vries: ‘Maar zelfs als dergelijke niet-reguliere competenties herkend worden, blijkt het vaak nog niet vanzelfsprekend om ze te benutten. Ze passen niet in bestaande functies, beoordelingssystemen bieden geen ruimte om ze te waarderen, maar vooral: we hebben de neiging om mensen niet zozeer te beoordelen op het resultaat dat ze bereiken, maar kijken vooral of ze dat wel doen op de manier die we gewend zijn. Een eigen werkwijze wordt vaak niet gewaardeerd.’

Gevolgen

Gevolg van dit alles is dat veel mensen niet de mogelijkheid krijgen om zich echt te ontplooien. ‘Dat is een persoonlijk verlies, maar het betekent ook dat zij niet optimaal productief zijn. En dat is dan weer een gemiste kans voor de organisatie. Het is tenslotte ook de vraag of het ethisch te rechtvaardigen is om mensen geheel of gedeeltelijk uit te sluiten omdat ze niet passen in ons plaatje, in onze normaliteit.’

Doorbreken

We kunnen dit patroon doorbreken, zegt De Vries. Dat vraagt wel een andere manier van kijken naar mensen, taken en organisaties. Het vraagt om Sociale Innovatie. Als het lukt, zal niet alleen meer worden gehaald uit individuele medewerkers maar wordt het ook mogelijk om de verscheidenheid in te zetten als middel om te innoveren. Door mensen die verschillen in kennis, ervaring en achtergronden met elkaar te laten samenwerken organiseer je verbazing en verwondering. Dat kan resulteren in irritatie, maar ook in inspiratie, nieuwe ideeën en uiteindelijk in innovatie. Vaak gaat dat echter niet vanzelf, het proces moet in banen worden geleid. Maar dan kan verscheidenheid ook echt het verschil maken, het verschil tussen ‘gewoon’ functioneren en excelleren.

Voorbeeld

In haar rede gaf Sjiera de Vries enkele voorbeelden van het beter benutten van competenties. ‘Als je als bedrijf een belangrijk en innovatief project van de grond wil krijgen, waarvoor je medewerkers moet kunnen inspireren, en je ziet een c.v. van iemand van 60 jaar die de helft van zijn leven in de gevangenis heeft gezeten, wat doe je dan? Overweeg je serieus om zo’n sollicitant uit te nodigen? In Zuid-Afrika hebben ze de klus voor elkaar gekregen, met Nelson Mandela. Als je je teveel focust op het c.v., dan zie je de persoon niet meer.’
Een ander mooi voorbeeld is dat van een bedrijfje dat competenties voor social media zocht: ‘Ze zochten de hele markt af, maar het was nauwelijks te vinden. Totdat bleek dat één van de eigen vrachtwagenchauffeurs vaak voor de lokale voetbalclub online zat. Het bedrijf zag dat aanvankelijk niet, omdat het niet wist wat mensen nog meer konden.’

Hoeveel gebeurt er?

Inmiddels zijn we al jarenlang aan het praten over diversiteit en verscheidenheid, maar hoeveel gebeurt er nu werkelijk? ‘Als het aan mij had gelegen, waren we inmiddels al een stuk verder geweest. Het gaat langzaam, maar er verandert wel iets. We zijn in staat om steeds beter naar het individu te kijken, in plaats van naar de groep. En dat is ook wel te verklaren: klanten hebben steeds specialistischer vragen, ze nemen geen genoegen meer met bulkproductie. En voor die specialistische klantvragen heb je ook specifiekere mensen nodig. De individualisering in de maatschappij helpt daar zeker aan mee.’

Functiedifferentiatie broodnodig tegen schaarste

Om de aanstaande arbeidsmarktschaarste het hoofd te kunnen bieden, moeten organisaties aan de gang met functiedifferentiatie. De inrichting van arbeid is de laatste decennia zo veranderd, dat we niet anders meer kunnen.

Dat zegt Fred Zijlstra, hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie aan Maastricht University. Hij is co-auteur van een artikel hierover in het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken.

Volgens Zijlstra zijn er enerzijds tekorten op de arbeidsmarkt, terwijl er anderzijds veel mensen aan de kant staan. Dat gebeurt vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Mensen willen wel werken, maar door de toegenomen eisen aan arbeid, kunnen ze niet meer aanhaken.

Toegenomen eisen

Volgens Zijlstra wordt de groep arbeiders die niet meer aan kan haken steeds groter, omdat de eisen aan arbeid steeds hoger worden: ‘Vroeger zochten werkgevers het schaap met de vijf poten, maar onderhand heb je al zes poten nodig om mee te kunnen komen. Door de efficiencyslag waar bedrijven zo mee bezig zijn, moeten werknemers  steeds meer kunnen. Dat heeft twee gevolgen: de groep afhakers wordt steeds groter en bedrijven gaan met elkaar concurreren waardoor de lonen stijgen.’

Oorzaken

Hoe komt het dat de eisen zo zijn gestegen? In het artikel noemen de auteurs verschillende redenen. In de eerste plaats is dat de opkomst van ‘teams’. Daardoor moesten mensen niet alleen taakinhoudelijke competenties hebben, maar ook sociale en organisatorische. De automatisering van de jaren ’70 en de opkomst van de diensteneconomie zijn andere ontwikkelingen waardoor werknemers steeds meer moesten kennen en kunnen. Door die laatste ontwikkeling werd het bijvoorbeeld belangrijk om klantvriendelijk te zijn. Weer een extra competentie.

Probleem

Kortom: doordat arbeid anders werd georganiseerd de afgelopen decennia, werden de eisen aan werknemers hoger. Wat is eigenlijk het probleem als minder mensen kunnen meekomen? Zijlstra: ‘Er staan veel mensen aan de kant terwijl werkgevers mensen nodig hebben. Sommigen zijn uitstekend in staat om bepaald werk vakinhoudelijk te doen, maar kunnen op andere terreinen (sociale vaardigheden bijvoorbeeld) niet meekomen. Dat zal moeten veranderen, de krapte op de arbeidsmarkt noopt ons om ook deze mensen aan het werk te krijgen.’

Functiedifferentiatie

Een oplossing daarvoor is functiedifferentiatie, zegt Zijlstra: ‘In het kader van efficiency moet iedereen nu ongeveer hetzelfde kunnen: dat is handig, want dan kunnen collega’s werk van elkaar overnemen. Maar daardoor ontstaat er wel een heel erg homogeen team (homogeen qua competenties). Functiedifferentiatie knipt taken op.´
Kijk naar alle taken die uitgevoerd worden in een bepaald proces, zegt Zijlstra: ‘Kijk niet naar de functies, want dat zijn bestaande structuren, maar naar de werkprocessen. Voor sommige taken heb je echt een HBO’er nodig, maar voor sommige deeltaken kun je best met een MBO’er af. Op die manier komen ook mensen met minder competenties in aanmerking voor arbeid. En werkgevers kunnen zo hun vacatures opvullen.’

Nieuwe methode

Veranderen is altijd lastig in organisaties, en dus moet er wel duidelijk gecommuniceerd worden: ‘Wanneer je aan werknemers uitlegt dat je iets móet doen omdat het niet anders kan, staan ze er doorgaans best voor open. Maar leg uit wat het doel is en langs welke wegen je dat probeert te bereiken.’
Zijlstra heeft een methode ontwikkeld om met functiedifferentiatie te beginnen. ‘Dat heb ik gedaan in samenwerking met het UWV en het Arbeidskundig Kennis Centrum. Geïnteresseerde werkgevers zouden daar aan kunnen kloppen.’

14 HR-voorspellingen 2012

14 HR-voorspellingen 2012.

Zo tegen het einde van het jaar worden vaak voorspellingen gedaan voor het aankomende jaar.

John Hollon heeft de voorspellingen van adviesorganisatie Bersin & Associates op een rijtje gezet. De voorspellingen van Bersin voor 2011 zijn vrij accuraat gebleken, aldus Hollon.

De 14 voorspellingen van Bersin voor 2012:

1. Een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zorgt voor een hernieuwde focus op het aantrekken van (top)talent. Ondanks een (wereldwijd) groeiende werkloosheid hebben veel organisaties moeite (alle) vacatures te vervullen met medewerkers met de juiste kennis en vaardigheden.

2. Het HR-team van grotere organisaties gaat “globally local (Glocal)”. Door het voorgaande punt gedwongen, ontwikkelen organisaties een wereldwijde strategie voor het aantrekken van talent. Lokale HR- en managementteams krijgen de tools en best practices om lokaal te handelen. Dit is een nieuw model voor veel organisaties.

3. Recruitment en talentmanagement gaan veel meer samenwerken. Beide disciplines moeten ervoor zorgen dat posities binnen de organisatie vervuld worden door de juiste mensen.

4. Recruitment gaat (nog meer) gebruik maken van sociale media, waardoor vacaturebanken en W&S-bureaus minder belangrijk worden.

5. De betrokkenheid van medewerkers is een kernissue in 2012. Organisaties moeten betrokkenheid van medewerkers monitoren en bevorderen, bijvoorbeeld door het ontwerpen van specifieke ontwikkelprogramma’s voor groepen medewerkers.

6. Training en opleiding transformeert. Trainingen die door en binnen de eigen organisatie verzorgd worden veranderen fundamenteel. Centrale opleidingsprogramma worden vervangen door programma’s waarin is nagedacht over een mix van formeel en informeel leren en de integratie van sociale tools en expertisenetwerken.

7. Performance management wordt flexibeler. Beoordelingsmanagement blijft voor veel organisaties een punt van frustratie. In 2012 wordt beoordelingsmanagement flexibeler, met nadruk op flexibele doelstellingen en coaching gericht op het verbeteren van het functioneren.

8. Mobiliteit van talenten wordt overal doorgevoerd. Organisaties moeten een dynamisch proces ontwerpen voor het rouleren van medewerkers binnen de organisatie. Dit is goed voor carrières van medewerkers en voor de betrokkenheid. Verloop van getrainde medewerkers wordt beperkt. Een talent-mobiliteitsstrategie zorgt ervoor dat organisaties flexibeler worden en zich makkelijker kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden.

9. Meer aandacht voor loopbaanontwikkeling. Het vorige punt leidt automatisch tot meer aandacht voor de loopbaanontwikkeling van medewerkers. Organisaties die op juiste wijze met hun medewerkers omgaan en meedenken hoe medewerkers zich het beste kunnen ontwikkelen, presteren veel beter dan organisaties die dat niet doen.

10. Alles sociaal. Sociaal zal impact hebben op beloningen, opleiding & ontwikkeling, performance management en recruitment.

11. Nieuwe modellen, diversiteit en “girl power” zijn de uitgangspunten van nieuw leiderschap. Organisaties moeten in 2012 gaan nadenken over hoe ze, in een snel veranderende wereld, hun leiderschap vorm willen geven. Deze leiderschapsmodellen moeten aansluiten bij de samenstelling van het personeelsbestand.

12. Veranderingen in de markt voor Talentmanagement-software. Deze markt zal blijven groeien, maar zal opgeschud worden door marktleiders en slimme start-ups.

13. Data gaat het succes van de organisatie bepalen. Het gebruik van data voor segmentatie van doelgroepen en het nemen van HR-beslissingen gaat een grote vlucht nemen. Steeds meer organisaties zullen een (gespecialiseerde) HR-professional aanwijzen voor het analyseren van data en het doorvertalen van die data naar concrete HR-acties.

14. Succesvolle organisaties investeren in de kennis en vaardigheden van het HR-team. Er zijn zoveel nieuwe benaderingen, tools en oplossingen waarvan HR-professionals kennis van moeten nemen. Zij moeten dus terug in de schoolbanken, zodat zij vervolgens een modern, eigentijds HR-beleid vorm kunnen geven.

Deze 14 voorspellingen, inclusief toelichting, kun je vinden op het blog TLNT.

Ontwikkelafspraken effectiever dan competenties

Organisaties leggen bij de begeleiding en beoordeling van werknemers vaak de nadruk op verbetering van benodigde competenties voor de functie. Een benadering die de nadruk legt op de talenten van de medewerker is effectiever.Waar ligt de kracht van de medewerker nu en in de toekomst? Dat zou volgens Lisette Bultema van Talentonwikkelingsbureau Ladder 9 de centrale vraag moeten zijn die leidinggevenden stellen.

Competentiemanagement gaat vaak uit van het ontwikkelen van zwakke punten om organisatiedoelstellingen te realiseren. De medewerker ervaart dit als ‘opgelegd’ waardoor de betrokkenheid nogal eens te wensen overlaat. Competentiemanagement wordt dan een eenzijdige exercitie, een ‘verplicht nummer.’

Talentmanagement

Een goede insteek zou zijn om de talenten van de medewerker als uitgangspunt te nemen voor het stellen van doelen voor volgend jaar. Talentmanagement gaat uit van gedrag, persoonlijke waarden in combinatie met de functie. Door te praten over werkdoelen en ambities in plaats van competenties ontstaat een heel andere focus in het jaargesprek.

Ontwikkelafspraken zouden veel effectiever zijn vanwege de kracht van het voornemen: als je echt wilt investeren in iets, grijp je alle kansen die je daarvoor krijgt. De medewerker ervaart meer grip op de eigen ontwikkeling te hebben, wat goed is voor de betrokkenheid en motivatie. Laat medewerkers meedenken over oplossingen voor knelpunten, bijvoorbeeld het takenpakket anders inrichten, werkwijzen aanpassen of taakroulatie met collega’s die overeenkomt met ieders sterke punten.

80-20-regel

Bultema vindt dat organisaties de 80-20-regel verkeerd om toepassen. Volgens haar zou er 20% aandacht moeten zijn voor wat niet goed gaat en 80% voor sterke punten. Hulpvragen bij oriëntatie op de toekomst (talentmanagement):

  • Welke sterke kant van jou kunnen anderen meer benutten?
  • Wat zie je jezelf doen in de toekomst, waarvoor zich nog geen kans heeft voorgedaan?
  • Welke ontwikkelingsstap zou je willen zetten?
  • Waar word je nu veel voor gevraagd wat niet meer bij je past of wat je liever niet meer wilt?
  • Welke ondersteuning heb je nodig om je kwaliteiten te versterken?
  • Welke kwaliteiten wil je meer gaan aanspreken en inzetten?
  • Op welk van jouw talenten ga je een beroep doen om de afgesproken resultaten te behalen?
  • Wat zou het effect zijn als je een talent van jezelf nog meer zou gaan aanspreken en inzetten?

[ Bron: Kluwermanagement.nl/HR Rendement ]

HR: Strategisch meepraten of strategisch partner?

Op een aantal LinkedIn discussiegroepen wordt de vraag gesteld of HR afdelingen wel als strategische partner kan worden gezien door de (hoofd) directie van de organisatie. Een interessante discussie!

Communicatie begint met elkaar leren te verstaan, dezelfde taal spreken en weten wat de (strategische) doelen zijn van de gesprekspartner. Twee (of meer) strategische plannen op elkaar afstemmen vereist daarnaast nog eens dat de partners niet alleen elkaars strategie kennen, maar ook op zoek zijn naar de raakvlakken. Tevens zullen de gesprekspartners bereid moeten zijn om hun eigen strategische plan af te stemmen op de doelen van de ander.

Een algemeen begrip zegt “structure follows strategy”, met andere woorden; Als de strategie bekend is, zal de structuur moeten worden aangepast om de strategie tot uitvoer te brengen. Daar zit ‘m vaak de kneep.

Als je als gesprekspartner onvoldoende structuur hebt om je eigen strategie te volgen, zul je nooit als strategisch partner kunnen gaan opereren. Het ontbreken van een structuur zegt niets over de kwaliteit van de individuele medewerkers, maar alles over de inrichting van de interne bedrijfsprocessen en daarbij behorende doelen. Ontbreekt het daaraan, of ligt de organisatiegraad te ver van de organisatiegraad van de gesprekspartner dan komt het nooit tot een echt goed strategisch samenwerkingsverband.

Als HR afdeling ben je dus gedwongen om zelf een strategisch plan te hebben inclusief de structuur om het plan te realiseren, voordat je als strategisch partner door de organisatie kan worden gezien.